Ontdekkers en hervormers

Uit FivelsGoud

Ga naar: navigatie, zoeken

tijdvak 5 : ontdekkers en hervormers

De Tachtig Jarige Oorlog begint in Groningen Filips II is koning van Spanje en Heer der Nederlanden. Hij is streng gelovig en laat mensen vervolgen als ze kritiek hebben op de katholieke kerk. Ketters, noemt hij ze, deze gelovigen, die kritiek hebben op de kerk. Ketter betekent ‘afvallige’.

Als de ketters kerken en kloosters vernielen, stuurt hij een groot leger naar de Nederlanden. De ketters moeten worden gestraft. Overal verschijnen nu Spaanse soldaten. Ook de stad Groningen wordt bezet door een Spaans garnizoen. Willem van Oranje is fel tegen de vervolging van ketters en komt in opstand. Hij bedenkt een plan. Hij zal met een leger Brabant binnenvallen. Willems broer Lodewijk van Nassau moet de noordelijke provincies bezetten. Daarbij moet de stad Groningen worden veroverd.

Om de soldaten te kunnen betalen, verkoopt Willem zijn landgoederen en kostbaarheden. Van de opbrengst brengt hij in Duitsland een leger van huursoldaten op de been.

Willem hoopt dat met deze aanval er het volk in opstand komt tegen het Spaanse gezag en dat de Stad Groningen zich bij de Opstand aansluit. Maar of de Groningers dat durven is de vraag. Want er zijn immers Spaanse soldaten in Groningen gelegerd.

De Slag bij Heiligerlee In april 1568 worden in Oost-Friesland troepen bijeengebracht door Lodewijk en Adolf van Nassau, twee broers van Willem van Oranje. Het leger bestaat uit 3900 man voetsoldaten en 200 ruiters. Bij Bellingwolde trekt het leger de Nederlanden binnen.

Op 23 mei is het leger van Adolf in de buurt van Heiligerlee. Even daarvoor zijn er al op 21 mei schermutselingen geweest in Garrelsweer. Graaf Lodewijk met 150 schutters en 20 ruiters raken in gevecht met soldaten van de vijand. Er vallen negen doden.

Het leger van Aremberg is zwakker. Hij heeft 3200 man voetsoldaten en maar 20 ruiters. Armenberg probeert het gevecht te ontlopen. Hij wil wachten op hulptroepen wachten. Maar als Lodewijk met zijn ruiters een woeste aanval inzet, moet hij wel. Bij deze aanval loopt het slecht met Adolf af. Plotseling slaat zijn paard op hol. Hij komt tussen de vijandelijke soldaten terecht en sneuvelt. Het lijkt er op dat de Geuzen het gevecht zullen gaan verliezen. Maar de Spanjaarden maken een fout. Ze worden overmoedig en gaan achter de Geuzen aan. Dan lopen ze in een hinderlaag van sluipschutters, die zich in greppels en achter houtwallen hebben verscholen. Tegelijkertijd voert Lodewijk een tegenaanval uit.

De Spaanse soldaten raken in paniek en proberen te vluchten. Maar met hun zware harnassen blijven ze steken in het moerasgebied rond Heiligerlee. Ze kunnen nergens meer heen en zijn zo een gemakkelijke prooi voor het Geuzenleger. Ook Aremberg sneuvelt en met hem meer dan 1500 Spanjaarden. De Geuzen verliezen ongeveer vijftig man.

De slag duurt heeft slechts twee uur geduurd: van zeven uur tot negen uur 's avonds. Lodewijk gaat op weg naar de stad Groningen. Maar de stad houdt de poorten gesloten. Dan komt Alva er aan met nieuwe Spaanse troepen. Lodewijk moet maken dat hij weg komt.

Enkele maanden later, op 21 juli, wordt zijn leger bij Jemgum door Alva in de pan gehakt. Lodewijk zelf weet net op tijd te ontsnappen. Hij trekt zijn harnas uit en zwemt de Eems over. Hij heeft dan 7000 man verloren. Aan de kant van Alva vallen minder dan 100 man.

Het plan mislukt! Voor de opstandelingen is de Slag bij Heiligerlee een overwinning. Maar het grote plan van Willem en zijn broers is uitgelopen op een ramp. Want er is geen volksopstand gekomen. En de stad Groningen is nog steeds in Spaanse handen. Ook van de inval in het zuiden is niets terecht gekomen, omdat de troepen van Willem van Oranje niet wilden vechten. Bovendien is Graaf Adolf, de broer van Willem, gesneuveld.

Waar Adolf begraven ligt, weten we niet. In het raadhuis van Emden is het harnas van hem te zien. Het lijkt er dus op dat zijn lichaam is teruggevonden en is overgebracht naar Emden.

WONEN Op de vlucht

Mensen op de vlucht voor oorlogsgeweld. Beelden van vluchtelingen kun je bijna dagelijks op de TV zien. Zoals in elke oorlog zijn de burgers altijd het slachtoffer. In de tijd van de Tachtigjarige Oorlog is het niet anders. Ook dan moeten mensen vluchten. Vooral de bewoners van het platteland hebben het dan moeilijk. Altijd is er het gevaar van plunderende soldaten op zoek naar geld en voedsel. De plattelanders kunnen zich niet verschuilen achter dikke muren en brede grachten. Ze kunnen niets anders dan naar de dichtst bijzijnde stad te vluchten.

Terreur Het platteland wordt geterroriseerd dan weer door Spaanse soldaten, dan weer door troepen van de opstandelingen. Barthold Entens van Mentheda, heer van Middelstum, Toornwerd en Engeweer is een opstandeling en heeft zich bij de Watergeuzen aangesloten Van Entens heeft de provincie veel te lijden. Hij terroriseert het platteland. Geen Katholiek is voor hem veilig. Katholieke geestelijken en kloosterlingen zoeken dan ook massaal bescherming achter de dikke muren van de Stad Groningen. Daar hopen ze veilig te zijn voor de bendes van Entens.

Het verandert niet als in de zomer van 1580 de stad Groningen, die door Entens wordt belegerd, wordt ontzet door een Spaans leger. Nu vallen de Ommelanden weer in Spaanse handen. Het platteland wordt tussen 1580 en 1594 het slachtoffer van plunderende Spaanse troepen. Nu moeten plattelanders, die vóór de Hervorming zijn, vluchten. Van Entens hebben de plattelanders dan niet meer te vrezen. Als hij in een dronken bui de stad Groningen wil innemen, wordt hij getroffen door een vijandelijke kogel.

WERKEN Oorlog is werk In de Tijd van de Tachtigjarige Oorlog vechten veel soldaten als huurling. Ze vechten niet voor een land of vrijheid, zoals Tjaart, maar voor geld. Ze zijn te huur. Maar als huursoldaten niet op tijd betaald worden, vechten ze niet. Of ze lopen ze over naar de vijand. Misschien betaalt die beter.

Wat vaak voorkomt, als soldaten niet betaald worden, is plundering. Dan worden burgers beroofd van hun bezittingen en kostbaarheden. En ook gebeurt het nogal eens dat een belegerde stad in brand wordt gestoken als ze zich heeft overgegeven. De generaals van zo’n leger vinden dit doodgewoon. Het hoort bij het beroep van soldaat! Ook de soldaat vindt plundering de gewoonste zaak van de wereld.

De bevolking lijdt De bevolking van het platteland lijdt vreselijk onder de oorlog. Maar ook in de steden zijn de mensen niet veilig. Vooral Delfzijl is regelmatig het toneel van oorlogshandelingen. Over en weer proberen de legers de schans in te nemen. Om een idee te krijgen hoe er in die tijd oorlog wordt gevoerd, kijken we wat er rond Delfzijl gebeurd is.

Een fantastisch plan In 1568 bezoekt Alva Delfzijl. Hij bedenkt een plan. Delfzijl moet samen met Appingedam en Farmsum een grote oorlogshaven worden. Ook heeft hij al een nieuwe naam voor Delfzijl: Marsburg, genoemd naar Mars, de oorlogsgod van de Romeinen. De stad Groningen schrikt van het plan. De burgemeesters zijn namelijk bang dat Delfzijl groter en belangrijker wordt dan hun stad. Ze weten Alva met succes om te praten en het plan gaat niet door. Later krijgen de heren van de Stad het zelfs voor elkaar dat de fortificaties van Delfzijl worden gesloopt. Delfzijl is dan geen echte vesting meer. Maar niet voor lang! Want niet lang daarna laat Barthold Entens, de watergeus uit Middelstum, buiten Delfzijl een schans graven. Helaas voor hem, maar in 1580 valt de schans in Spaanse handen.

Dikke pech! In 1589 wil Graaf Willem Lodewijk de schans Delfzijl weer terug veroveren. Vierhonderd soldaten gaan ‘s nachts even buiten Delfzijl aan wal. Ze willen de schans binnendringen op een zwakke plek. Pirolus, een Franse soldaat moet een lading buskruit aanbrengen. Maar de Fransman wordt overmoedig en wil bij een binnenpoort een tweede lading aanbrengen. Dan wordt hij betrapt en er wordt alarm geslagen. Het aanvalsplan mislukt en de schans blijft in Spaanse handen. Later blijkt dat er maar 47 man in de vesting waren en dat die zich hadden willen overgeven. Jammer!

Delfzijl heroverd In 1591 probeert Prins Maurits het nog eens. Hij ligt met 230 man troepen voor Delfzijl. Maurits vraagt of de soldaten in de schans zich over willen geven. De soldaten willen eerst de kanonnen zien. Dat mag! Ze zijn zeer onder de indruk van het zware geschut en geven zich over. De soldaten mogen de schans verlaten. Met vliegende vaandels en brandende lonten en geweren gaan ze naar de Stad Groningen. Zo lijkt het toch nog een beetje heldhaftig. Maurits laat twee van zijn soldaten ophangen. De een heeft een hoed van een Spaanse soldaat afgepakt en de ander een wapen gestolen. En dat wordt zwaar bestraft!

Een nieuwe vesting Maurits wil de schans versterken, om de haven van Delfzijl beter te kunnen verdedigen. Er was al eerder een plan gemaakt door Johan van den Kornput. Maurits laat het plan nu alsnog uitvoeren. Hij laat 1000 gravers uit Oost-Friesland komen en laat een nieuwe vesting met zeven bastions aanleggen. De vesting blijft deze vorm houden tot 1874.

Op oorlogspad Vanuit Delfzijl trekt Maurits langs de stad naar schans de Opslag. De soldaten willen zich eerst niet overgeven. Ze durven niet, want, zo zeggen ze, als ze dat doen, laat Verdugo, de Spaanse Stadhouder, ze allemaal doden. Als dan het leger van Maurits verschijnt, geven ze zich over. Ze mogen de schans verlaten, maar niet met een geweer in de hand. In plaats daarvan een (geschilde) stok. Dat is natuurlijk vernederend. Wel mogen de officieren hun rapier houden.

De troepen vertrekken naar Verdugo. Die laat enkele soldaten onthoofden, omdat ze geen verzet hebben geboden. Beeld: Beleg Delfzijl in Strategie van graaf Willem Lodewijk. P 32,33 Een mislukte Spaanse aanval Nu zijn de Spanjaarden weer aan de beurt om Delfzijl te veroveren. Verdugo, de Spaanse stadhouder verschijnt in 1594 met een leger voor Delfzijl. Hij heeft nieuwe troepen en durft het nu aan om de vesting aan te vallen. Bovendien heeft graaf Willem Lodewijk 200 man naar Friesland gehaald om daar te vechten. Het achtergebleven garnizoen is dus verzwakt.

Een kleine groep Spaanse soldaten zet de aanval in. Over de zeedijk stormen zij op de schans af en maken met zagen en lange kabels een groot gat in een vurenhouten valhek. Er kunnen wel vijf man tegelijk door. Een schildwacht hoort verdachte geluiden en begint direct te schieten. Het garnizoen pakt, opgeschrikt door de schoten, de wapens.Ondertussen komt de vijand over het ijs de gracht over en klimt omhoog. Er ontstaat een gevecht van man tegen man.

Hopman Tjaert Jansen Wederspan staat met een hellebaard in de vuist en vuurt zijn soldaten aan. Dan wordt hij door de keel geschoten en een paar andere soldaten verbranden als een kruitzak in brand vliegt. De zwaargewonde hopman waarschuwt dat ze de plek onder aan de dijk moeten verdedigen, omdat ze anders allemaal verloren zullen gaan. Dan schreeuwt Sergeant Jan van Esinge: ‘Ik salder in treden.’ Wy wil mij volgen?’. Hij weet met zijn soldaten de aanvallers tegen te houden. Als een oorlogsschip vanaf het water de Spanjaarden gaat beschieten moeten deze uiteindelijk vluchten.

De arme hopman Jansen overlijdt en met hem sneuvelen nog 13 man. Maar de vijand lijdt ook zware verliezen. Hoeveel precies weet men niet, want ze nemen de doden mee. Vijf gesneuvelde Spanjaarden blijven achter.

Hoog bezoek Omdat Delfzijl een belangrijke vesting maar ook een zeehaven is, komen een aantal beroemde historische figuren langs. Ze zijn dan op oorlogspad en leggen met hun oorlogsvloot aan in de haven van Delfzijl. In 1591 bezoekt Prins Maurits de haven met een vloot van 150 schepen. Maar ook Piet Hein, een beroemde kaperkapitein, legt met zijn al even beroemde zilvervloot aan in Delfzijl.

Maar de meest beroemde bezoeker is admiraal Michiel de Ruyter. In 1665, als de Republiek oorlog voert met Engeland, gaat hij met zijn vloot voor anker in Delfzijl. Hij heeft dan een grote oorlogsbuit bij zich. Dertig schepen heeft hij van de Engelsen afgepakt. De kostbare lading wordt van boord gehaald en over land naar Holland gebracht.

MACHT De opstand

Karel V Heer der Nederlanden

Karel V is machtig. Hij is keizer van Duitsland en ook koning van Spanje. En hij is al sinds 1515 Heer der Nederlanden. Karel wil de vrijheden van de gewesten beperken en deze vanuit één plaats, Brussel, besturen. Maar de gewesten willen hun vrijheden niet zomaar afstaan.

Toch lukt het Karel om met zijn legers het ene na het andere gewest te onderwerpen. De stad en de Ommelanden wordt in 1536 door hem onderworpen. Samen vormen ze voortaan één gewest.

Nadat Groningen bij het grote rijk van Karel V is gevoegd, komt er eindelijk rust en vrede.

In 1555 treedt Karel af. Hij is dan oud en versleten. Zijn zoon, Filips II, koning van Spanje, zet de politiek van zijn vader voort. Ook hij wil zijn macht in de gewesten versterken. Maar vooral wil hij het katholieke geloof beschermen. Want er is in die tijd veel kritiek op de kerk.

KADERTEKST APPINGEDAM BELEGERD EN BELAAGD

Op het laatst van de 15de eeuw is er alleen maar oorlog. De onderlinge ruzies tussen de hoofdelingen is uitgegroeid tot een burgeroorlog tussen twee partijen: de Schieringers en de Vetkopers. Beide partijen zoeken steun bij machtige mannen buiten de provincie.

Zo komt het gewest Groningen terecht in een machtstrijd tussen Edzard, Graaf van Oostfriesland en de hertog van Saksen. Appingedam ligt in de frontlinie. Aan het begin van de 16de eeuw wordt het stadje driemaal belegerd. De stad Groningen probeert Appingedam in 1501 in te nemen. Dat mislukt. In 1514 nemen de Saksen de stad in. Meer dan duizend inwoners worden vermoord.

Ten slotte wordt Appingedam in 1536 door de troepen van Karel van Gelre veroverd.

Maar als Karel V Groningen bij zijn rijk voegt, wordt Appingedam met rust gelaten. Wel moeten de stadsmuren van Appingedam worden afgebroken. Appingedam is dan geen vesting meer.

Voor het stadje aan de Delf is het goed, dat er eindelijk vrede komt.

Ook in de rest van het gewest is het merkbaar dat er rustiger tijden aanbreken. De torenstinzen worden in de loop van de 16de eeuw of kort daarna afgebroken.

Oproer

Filips II is een zeer gelovige katholiek. Maar hij heeft pech. Tijdens zijn bewind is er veel kritiek op de katholieke kerk. De harde aanpak van Filips II leidt tot grote onvrede en in 1566 breekt er een massale volksopstand uit.

Filips II is koning van het machtige Spanje. Maar hij is ook Heer der Nederlanden, een gebied zo groot als Nederland en België. Groningen hoort samen met Friesland, Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel en Gelderland tot de Noordelijke Nederlanden.

De zus van Filips doet vanuit Brussel het regeerwerk over de Nederlanden. En dat is lastig, want de inwoners van de Nederlanden zijn ontevreden. Ontevreden over het bestuur, over de kerk, over de werkloosheid en over de voedselprijzen.

Vooral de kritiek op de katholieke kerk raakt Filips. Hij ziet het als zijn belangrijkste opdracht om de katholieke kerk in bescherming te nemen. Mensen, die de Rooms-katholieke kerk willen veranderen, worden door hem vervolgd. Zijn harde aanpak van de ketters maakt de mensen boos.

Dan barst in 1566 de bom. Er komt een oproer. In Vlaanderen en Brabant worden kerken en kloosters geplunderd. Daarna slaat de opstand over naar de noordelijke Nederlanden. Filips is woedend en stuurt een groot Spaans leger naar de Nederlanden om de oproerkraaiers hard aan te pakken. Het leger staat onder leiding van de Hertog van Alva. Hij heeft een angstwekkende bijnaam: De IJzeren Hertog. Dat voorspelt niet veel goeds!

Alva voert zijn opdracht goed uit en treedt op met harde hand. Hij verwacht dat de opstand binnen een half jaar is neergeslagen. Als hij in 1567 in Brussel aankomt, richt hij de Raad van Beroerten op. Twee populaire edelen, Graaf Egmont en Graaf Hoorne, worden in 1568 in Brussel onthoofd. Dit gebeurt in het openbaar, zodat iedereen kan zien, wat er met opstandelingen gebeurt.

Willem van Oranje had daar ook bij moeten zijn, maar hij is op tijd naar Duitsland gevlucht. Wat Alva ook niet erg geliefd maakt, is de invoering van extra belastingen. Kortom, veel mensen krijgen zo de pest aan de Spanjaarden

De Tachtigjarige Oorlog begint!

Het harde optreden van Alva pakt anders uit dan de bedoeling is. De provincies komen nu openlijk in opstand tegen Spanje met Willem van Oranje als hun leider. In 1568 wordt bij Heiligerlee een echte veldslag uitgevochten. Het is het begin van de Tachtigjarige Oorlog! We noemen die oorlog zo omdat er pas na tachtig jaar vrede wordt gesloten.

Met Filips II willen de Nederlanden al snel niets meer te maken hebben. Maar pas in 1581 zweren de gewesten Filips af. Dat betekent dat de gewesten hem dan pas officieel ontslaan. Willem van Oranje wordt nu stadhouder. Op de munten zie je de kop van Filips dan niet meer. Er worden nu munten geslagen met Prins Willem er op. Prinsendaalders worden ze genoemd.

De Unie van Utrecht 1579

Beeld: kaartje In 1579 sluiten de opstandige gewesten een verbond: de Unie van Utrecht. Ze beloven elkaar om samen verder te strijden tegen Spanje. Het gewest Groningen gedraagt zich heel vreemd. Want de Ommelanden sluiten zich wel bij het verbond aan. Maar de stad Groningen doet dat niet. De stad wil dat alles bij het oude blijft. In de stad zijn ze namelijk bang dat Groningen de macht over het platteland zal kwijtraken. Daarom kiest de stad in 1580 toch weer de kant van Spanje.

De andere gewesten worden nu heel kwaad op de stad Groningen. Ze sturen soldaten naar het noorden. Dat wordt vechten…. Als in 1588 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt gesticht, hoort de stad Groningen er nog steeds niet bij. Dat is een hele rare situatie!

De schansenkrijg afb schansenkaart De gewesten willen de stad dwingen om zich bij de nieuwe Republiek aan te sluiten. Dat kan alleen met veel soldaten. Maurits en Willem Lodewijk brengen daarom een goed en sterk leger op de been. Maar de stad is te sterk om direct te veroveren. Maurits en zijn neef bedenken dan een slim plan.

Overal in de provincie staan schansen. Het zijn verdedigingswerken, van waaruit de Spanjaarden Stad en Ommelanden kunnen controleren. Als Maurits en Willem Lodewijk alle schansen in de provincie veroveren, kunnen ze de stad afsluiten. Dan kunnen er geen nieuwe soldaten en voedsel de stad in. Eens zal de stad zich dan over moeten geven.

Dan begint een lange schansenoorlog. Vooral in het Westerkwartier, waar veel schansen liggen, wordt er felle strijd geleverd tussen de legers. Maar ook voor de vesting Delfzijl is het steeds raak! De schansen Hoogwatum, Oterdum en Termunterzijl maken duidelijk dat het gebied rond de haven van Delfzijl belangrijk is voor de oorlogvoering.

Eindelijk vrede in het noorden

Als alle schansen eindelijk gevallen zijn, moet in 1594 alleen de stad Groningen nog veroverd worden. In mei van dat jaar slaan de troepen van Maurits het beleg op rond de stad Groningen. Na een belegering van twee maanden geeft de stad zich over aan de Prins. Zo komt Groningen ook bij de Republiek. De Spanjaarden vertrekken. Er wordt niet meer gevochten.

De schansen zijn eigenlijk niet meer nodig. In het Westerkwartier worden de schansen Niezijl en Opslag afgebroken. Op hun plaats zullen de dorpen Niezijl en Kommerzijl ontstaan. Maar Delfzijl blijft een stoere vesting!

Beeld: schans Tekst: Nog iets over schansen

Er werden twee soorten schansen opgeworpen, landschansen en waterschansen, die langs een dijk, rivier of kanaal zijn aangelegd. Om de schans ligt meestal een gracht. Schansen hebben verschillende vormen. De vorm hangt vaak af van de tijd die de troepen hebben om een schans op te werpen. Als er geen directe oorlogsdreiging, hebben de gravers genoeg tijd. De schans krijgt daardoor een regelmatige vorm. Maar als de vijand in aantocht is, wordt het een haastklus. De schans is daardoor niet netjes van vorm.

GELOOF Beeld: beeldenstorm Tekst: In de Nederlanden zijn veel mensen boos en ontevreden Ze vernielen kerken en kloosters. Waarom doen ze dat? Wat zijn dit voor relschoppers?

Kritiek op de kerk

Koning Filips II wil één groot rijk, waarin alle inwoners bij de katholieke kerk horen. Er is dan maar één kerk, de Katholieke Kerk. Maar er is veel mis in de kerk. Veel mensen zijn dan ook heel ontevreden over de kerk. Een paar voorbeelden. De priesters leven in grote welvaart, terwijl de gewone mensen arm zijn. Een ander punt is de taal, waarin de priesters de kerkdienst leiden. De priesters spreken Latijn, de taal, waarin de Bijbel is geschreven. Maar bijna niemand spreekt Latijn of kan Latijn lezen. Van de kerkdienst begrijpt dan ook niemand wat.

Kadertekst Wie is wat?

De ontevredenheid wordt door verschillende mensen op papier gezet. Ze willen de kerk veranderen. Hervormen noemen we dat. Een ander woord daarvoor is Reformatie. Luther en Calvijn zijn in die dagen de belangrijkste hervormers. Ze worden ook wel protestanten genoemd, omdat ze protesteren. Maar Filips II noemt hen ‘ketters’. Ketter betekent ‘afvallige’. Dat is iemand die niet meer bij de katholieke kerk hoort.

Beeld: Tekening schrijvende monnik Tekst: Luther schrijft al zijn kritiek op de kerk op

Twee hervormers

Luther is een Duitse monnik. Hij wil de kerk hervormen. Alle dingen, waar hij het niet mee eens is, schrijft hij op. Hij is vooral fel tegen de handel in aflaten. Een aflaat is een papiertje, waarop staat hoeveel straf je krijgt na je dood voor alle zonden die je hebt begaan. Hoe meer aflaten je kunt kopen, hoe minder straf je krijgt. De kerk verdient met de handel in aflaten erg veel geld.

Luther vindt dat dit niets meer met het echte geloof te maken heeft. Dit is handel! ‘Vergeving van zonden is niet te koop voor geld!’ zegt hij. ‘Alleen God zelf kan ons vergeving schenken.’Belangrijk is dat hij de Bijbel van het Latijn naar het Duits vertaalt. Nu kunnen ook de gewone mensen de Bijbel begrijpen.

Een andere hervormer uit die tijd is Calvijn. Hij vindt dat de mensen hard moeten werken en sober en zuinig moeten leven. Bij hem gaat het om de preek, waarin de bijbel goed wordt uitgelegd. In een protestantse kerk staat de preekstoel dan ook bijna altijd in het midden. Iedereen kan de preek dan goed volgen. De ideeën van Calvijn slaan in de Nederlanden goed aan. Vooral zijn kritiek op de rijkdom van de kerk vindt bijval.

Beeld: Brandstapel Tekst: Mensen, die niet meer in de katholieke kerk willen komen, worden vervolgd en ter dood veroordeeld. Soms wordt er iemand levend verbrand!

Kettervervolging

Filips II is bang dat zijn rijk uit elkaar zal vallen als de kerk ook uit elkaar valt. Daarom verbiedt hij de nieuwe godsdienst en laat hij de ketters vervolgen. Soms wordt er een ketter op de brandstapel ter dood gebracht. De ketters komen daarom niet meer in de katholieke kerk. In het geheim houden ze kerkdiensten in de open lucht. Er wordt dan in de volkstaal gepreekt en gezongen. Deze openluchtdiensten worden hagepreken genoemd. Gewapende mannen staan op de uitkijk, want de hagepreken zijn streng verboden.

Ook in het gewest Groningen worden hagepreken gehouden onder andere in Loppersum en Garsthuizen. Veel ketters vluchten naar het buitenland, vooral naar Engeland. In onze streken vluchten veel ze naar Emden in Duitsland.

Beeld: Hagepreek Door de misstanden gaan veel mensen niet meer naar de kerk. In het geheim komen ze bij elkaar, meestal in de open lucht. Er werd dan in de volkstaal gepreekt en gezongen. Hagepreken worden deze kerkdiensten genoemd.

KADERTEKST WEDERDOPERS

In de 16de eeuw krijgt de Katholieke Kerk veel kritiek. Er ontstaan overal kleine groepen van ketters, die niets meer met deze kerk te maken willen hebben. Een bijzondere groep ketters zijn de Wederdopers. Deze stroming is tegen de kinderdoop. Zij willen dat de mensen zich pas op volwassen leeftijd dopen.

De katholiek kerk is fel tegen de volwassendoop. Wie niet gedoopt is komt niet in de hemel, vindt de kerk. Daarom moeten kinderen zo snel mogelijk worden gedoopt. Ook de Protestanten moeten niets van deze denkbeelden hebben. De beweging wordt dan ook zowel door katholieken als protestanten vervolgd.

Melchior Hoffman.

Een van de leiders van de Wederdoper is Melchior Hoffman. Hij is in 1495 geboren en werkt als bontwerker en handelaar. Melchior ziet zich zelf als de wederopstanding van de profeet Elia. Met zijn preken over een zeer nabije ondergang van de wereld krijgt hij een enorme aanhang in de Lage Landen. Vanuit het Oost-Friese Emden gaat hij naar Groningen en trekt hij de provincie door. Vooral op het Hogeland krijgt hij veel enthousiaste volgelingen.

‘Slaat dood, monniken en papen’

In ’t Zandt van Hoffman heel groot. Hier komen de dorpelingen als ‘rasende wolven op den sonnendach tegen den priesteren in der kercken’ in opstand. Grote man is Harmen Schoenmaker, die oproept tot een heilige oorlog . ‘Slaat dood, slaat dood, monniken en papen’, roept hij. De boerderij De Arke van Eppe Peters wordt zijn hoofdkwartier. Eerst noemt Harmen zich profeet. Maar later beweert hij dat hij God is. Zijn geestverwant Cornelis int Kerkhof uit Garsthuizen noemt zich God de Zoon. Zij wagen zelfs een aanval op een klooster bij Warffum, waarbij enkele doden vallen . Het loopt mis en Harmen wordt in de gevangenis geworpen, waar hij ook is overleden. De beweging loopt dood.

Menno Simons

Later worden Wederdopers vredelievend en eerst toen de dopers onder leiding van de Fries Menno Simons een bedaarde en vredelievende koers volgende, handhaafden deze doopsgezinden zich in veel Groninger dorpen.

Ook de boerderij Melkema in Huizinge was in de tijd van de Republiek een centrum voor doopsgezinden uit de regio. Het was de stamhoeve van verschillende doopsgezinde families, zoals Huizinga, Van der Molen en Gaaikema. Melkema symboliseert de culturele verbondenheid van de landen ter weerszijden van Eems en Dollard: bijna alle doopsgezinde geslachten in de regio stammen af van het echtpaar dat hier rond 1550 leefde.

DE BEELDENSTORM IN 1566

Van ontevredenheid komt oproer. In de zuidelijke Nederlanden breekt na een hagepreek een groot oproer uit. In Vlaanderen en Brabant dringt het volk de katholieke kerken binnen en slaat de boel kort en klein. Heiligenbeelden, kostbare schilderijen, zeldzame boeken, altaren en prachtige gebrandschilderde ramen, alles wordt vernield. Het is een beeldenstorm, die ook naar de Noordelijke Nederlanden overslaat!

Koning Filips II pikt het niet en stuurt een groot leger naar de Nederlanden om de oproerkraaiers aan te pakken! Het leger staat onder leiding van de hertog van Alva. Hij heeft een bijnaam: De IJzeren Hertog. Dat voorspelt niet veel goeds…

Beeldenstormers in Fivelingo

In Fivelingo gaat het er rustiger aan toe dan in het zuiden. Hier en daar worden uit voorzorg de beelden uit de kerk gehaald. Steeds zijn het de jonkers, die de opdracht geven. Zij hebben immers veel te vertellen, dus ook over de kerk.

Zo worden in Eenrum de beelden uit voorzorg uit de kerk gehaald. In Middelstum laat jonker Van Ewsum de inwoners de wacht houden op de kerktoren. En in Rottum zijn boeren opgetrommeld om zich tegen plunderende Geuzen te verdedigen. In Appingedam en omgeving (Tjamsweer en Farmsum) zijn geen beelden vernield, omdat de heer van Farmsum, Jacob Ripperda, hier op tegen is. In Loppersum gaat het er ruiger aan toe. Hier zijn de predikant en de schoolmeester hervormingsgezind. Daarom durven enkele beeldenstormers de kerk binnen te dringen en een paar beelden kapot te slaan. De hoofddader is Tiso Hayes. Hij durfde zelfs het altaar van Johan de Mepsche, heer van de borg Duirsum bij Loppersum en een machtige man, is een Spaansgezinde bestuurder en fel Rooms-Katholiek. De Mepsche is berucht als ketterjager en pikt dit niet.

Tiso ontkent later de beelden te hebben vernield. Hij zegt dan dat hij de beelden uit de kerk heeft gehaald omdat hij bang was, dat ze anders zouden worden vernield. Johan de Mepsche is woest en laat de schoolmeester en de predikant wegjagen.

In Garsthuizen heeft de pastoor opgeschreven, wat er is gebeurd. Hij weet dat er die ochtend wat gaat gebeuren. Daarom blijft hij in de kerk. De deuren zijn op slot. Maar tegen de middag, net als de pastoor zit te eten, breekt metselaar Hiske Berent, een van de tralies in een raam. Een hele troep mannen en ook vrouwen dringt nu de kerk binnen en slaat alles kapot. Zo’n tien beelden van heiligen worden vernield. De beeldenstormers worden aangevoerd door twee zonen van de adellijke familie Starkenborgh, de bewoners van de Dijkumborg. De Van Starkenborgs moeten vluchten. Net als veel andere nemen ze de wijk naar Oost-Friesland.

In Garrelsweer worden beelden kapot geslagen door de broers Tjaart en Wilco Rengers. Beiden zijn ook betrokken bij de beeldenstorm in Garsthuizen, Loppersum, Ten Post en Woltersum. Daar slaan ze de altaren kapot. Later nemen zij dienst in het leger van Lodewijk van Nassau. Van Tjaart is bekend, dat hij heeft meegevochten in de Slag bij Heiligerlee. De twee broers zullen allebei sneuvelen in de Tachtigjarige oorlog.

Eén provincie, één godsdienst

Als Maurits in 1594 de stad Groningen verovert, worden Stad en Ommelanden weer één provincie. Afgesproken wordt dat er voortaan maar één officiele kerk zal zijn: de gereformeerde kerk. Katholieke priesters worden verplicht zich bij de gereformeerde kerk aan te sluiten. Wie dat niet wil, moet de provincie verlaten.

Voor veel mensen is het niet gemakkelijk om aan de nieuwe godsdienst te wennen. De regels zijn veel strenger. Zo is het voortaan verplicht om op zondag te rusten. Er mag dan niets worden verkocht, er mag niet op de kerkhoven worden gespeeld en dronkenschap is ook verboden.

MAATSCHAPPIJ Beeld: Portret Barthold Entens Tekst: Een van de opstandelingen is Barthold Entens van Mentheda, heer van Middelstum, Toornwerd en Engeweer. En supergeus en grootste durfal van de Ommelanden! Hij is aanhanger van Willem van Oranje en een van de aanvoerders van de Watergeuzen. Bartold is ruig en gevaarlijk en zaait dood en verderf op het platteland van Groningen…! Zelfs Willem van Oranje vindt dat Barthold Entens te ver gaat en laat hem een poosje opsluiten. Het is oppassen dus voor deze woeste watergeus! Zie je hem, maak dan dat je wegkomt!

Groningen verdeeld

De oorlog dwingt mensen om partij te kiezen. De één kiest voor de Katholieken. De ander voor de Protestanten. De één wil dat de Spanjaarden vertrekken. Anderen hopen juist dat Filips II koning blijft. Sommigen willen graag vechten en sluiten zich daarom juist bij de Geuzen aan. Anderen hebben geen werk meer en hopen bij de Geuzen aan de kost te komen.

De stad Groningen kiest voor de Spanjaarden, terwijl de Ommelanden zich bij de Unie van Utrecht (1579) aansluiten. Dat is niet zo gek, als je bedenkt, dat Stad en Ommelanden het meestal oneens met elkaar zijn. En zo raakt Groningen verdeeld in twee partijen. Maar eigenlijk is dat al heel lang het geval. Lees nog maar eens terug in het Tijdbak van Steden en Staten!

Opstandeling of terrorist?

Jonker Barthold Entens van Mentheda, Heer van Middelstum, Toornwerd en Engeweer, is een opstandeling en heeft zich bij de Watergeuzen aangesloten. Van hem heeft de provincie Groningen veel te lijden. Geen katholiek is veilig voor hem. De kloosters van Selwerd, Termunten en Rottum worden door hem en zijn mannen geplunderd.

Na de nederlaag in Jemmingen is op het land niets meer te doen voor Entens en zijn makkers. Entens wordt dan kapitein op actief op het geuzenschip ‘De Ommelanden’. Van Graaf Lodewijk krijgt hij een kaperbrief. Met deze brief heeft hij toestemming om vijandelijke schepen te kapen. Op het water is hij de schrik van de katholieke schippers en kooplieden. Met zijn zeerovers houdt hij vreselijk huis op Texel, Vlieland en langs de Hollandse kust.

Maar met Entens loopt het slecht af. Als hij weer eens teveel gedronken heeft, wil hij de Stad Groningen innemen. Vanuit Rolde gaat hij naar de Stad. Daar aangekomen slaat hij enkele bekers wijn achterover, grijpt een deksel van een botervat en steekt het Schuitendiep over. Slechts enkele schutters volgen hem. Samen nemen ze een loopschans in. Dan steekt de geuzenleider zijn dronken hoofd in een schietgat precies op het moment dat een vijandelijke soldaat de trekken overhaalt. Entens wordt getroffen en sterft op 17 mei 1580. Hij wordt begraven voor de preekstoel in de Hippolytuskerk in Middelstum.

Wil je weten, waar hij heeft gewoond? Aan de Menthedalaan in Middelstum stond eens de borg Mentheda van het geslacht Entens. Vermoedelijk is de borg in 1738 gesloopt. De Middelstummer kroniekschrijver Jacob Vinhuizen laat in 1896 een nieuw Mentheda bouwen, niet op de oude plaats, maar aan de overkant van de weg.

Eindelijk vrede in het noorden

In 1594 zijn de troepen van Maurits de baas over de provincie. Alleen de stad Groningen moet nog veroverd worden. In mei van dat jaar slaan de troepen van Maurits het beleg op rond de stad Groningen. Na een belegering van twee maanden geeft de stad zich over aan de Prins. Het bestuur van de stad Groningen moet nu een verdrag ondertekenen. Dit verdrag houdt in dat de stad zich moet verenigen met de Unie van Utrecht.

Groningen en Ommelanden zijn voortaan deel van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Zo komt Groningen nu ook bij de Republiek. De Spanjaarden vertrekken. Er wordt niet meer gevochten. Maar het zal nog meer dan vijftig jaar duren, voordat er vrede wordt gesloten. Maar dat lees je in het Tijdvak van Regenten en Vorsten.

CULTUUR Beeld: Fresco’s collectie Eelco? Tekst: Calvijn vindt dat beelden en muurschilderingen niet in de kerk thuishoren. De beelden worden kapot geslagen. De muurschilderingen worden overgeschilderd.

Kale kerken

Calvijn vindt dat de mensen hard moeten werken en sober en zuinig moeten leven. Hij is tegen de verering van heiligen. Want je moet alleen God eren, vindt hij. Beelden in de kerk vindt Calvijn dan ook overbodig. In de Nederlanden heeft Calvijn veel aanhangers. We kunnen dat nu nog goed terugzien in de hervormde kerken. Versieringen, schilderijen en muur- en plafondschilderingen, die de verhalen uit de Bijbel aanschouwelijk maken, moeten verdwijnen. Bij Calvijn gaat het alleen om de preek, waarin de bijbel goed wordt uitgelegd. In de tijd van Calvijn worden de protestantse kerken van binnen helemaal wit gekalkt. En beelden zie je helemaal niet!

Gelukkig denken we daar nu anders over. In veel kerken zijn de oude schilderingen weer onder de verf vandaan gehaald. Soms worden nu nog bij restauraties oude muur en plafondschilderingen teruggevonden, die al eeuwenlang onder witkalk waren verborgen.

Muziek in de kerk

Het kerkje van Krewerd is de moeite van een bezoek waard. Het ligt prachtig midden op de wierde. Het godshuis is ooit gebouwd door de rijke weduwe Tyadeke, de vrouwe van Steenhuizerborg. Zij gaf het kerkje cadeau aan het klooster van Wittewierum. Dat was niet ongebruikelijk in die tijd. Hoe meer goede werken iemand deed, des te meer kans maakte hij of zij op een plekje in het Hiernamaals. Maar bij Tyadeke ging het om iets anders. Zij had wat goed te maken. Het verhaal gaat dat zij,in het jaar 1250, toen haar enige zoon erg ziek was God beloofde een kerk te bouwen. 'Heer, als hij mag blijven leven, dan beloof ik, dat ik op mijn eigen grond een kerk voor U zal bouwen’, beloofde ze. Haar zoon werd weer beter, maar Tyadeke bouwde geen kerk. Toen stierf haar zoon. Tiadeke was haar oude belofte niet vergeten en er werd alsnog een kerk gebouwd. Rond 1280 was de kerk klaar. Maar het meest bijzondere aan het kerkje is het orgel. Het orgel in kerkje Krewerd is gebouwd in 1531 en is het oudste nog bespeelbare orgels van ons land. Beeld: orgel Krewerd

NATUUR EN TECHNIEK Beeld: Boekdrukpers Tekst: De boekdrukkunst is een geweldige uitvinding. Hierdoor kunnen meer mensen meer informatie krijgen. Vergelijk het maar met Internet. Je moet natuurlijk wel kunnen lezen! Beeld: Gutenberg is de uitvinder van de boekdrukkunst.

Johannes Gutenberg

In Duitsland bouwt Johan nes Gutenberg een houten pers met een schroefmechanisme. Hij heeft dat afgekeken van een druivenpers. Hiermee drukt hij het eerste vel met losse letters.

De boekdrukkunst

In de middeleeuwen kunnen maar weinig mensen lezen. Niet voor niets moeten de afbeeldingen op uithangborden de mensen duidelijk maken waar ze terechtkunnen voor hun boodschappen. Muur-en plafondschilderingen in de kerk leren hen over de Bijbelverhalen. Boeken zijn aan de gewone mensen niet besteed. Boeken worden met de hand geschreven. Dat duurt nogal lang en dat maakt dat boeken heel duur zijn. Maar weinig mensen kunnen dat betalen. Een echt monnikenwerk. Dit verandert met de uitvinding van de boekdrukkunst. Door deze uitvinding kunnen boeken veel goedkoper en ook sneller worden geproduceerd. Daardoor kunnen hervormingsideeën gemakkelijker worden verspreid, ook onder de burgers.

De Bijbelvertaling van Luther wordt ook gedrukt. Nu kunnen voor het eerst heel veel mensen zelf de bijbel lezen. Daarvoor hebben ze geen priester of pastoor nodig. Maar ook de platvloerse liedjes van straatzangers verschijnen in druk.

In Nederland wordt de boekdrukkunst geïntroduceerd na 1455. Boekhandelaren vindt je op de markten. Met hun tonnetjes vol ongebonden, opgerolde boeken trekken ze van stad naar stad.

Zetten en drukken

Gedrukte boeken worden gemaakt met behulp van losse letters die achter elkaar gezet, tot een blok samen gebonden, en dan ge drukt worden. De zetter pakt uit een letterkast één voor één de letters uit hun vakjes en vormt ze tot regels in de lat die hij in zijn hand houdt, de zethaak. Alle losse letterstaafjes die samen op één blad moeten worden afgedrukt vormen samen het zetsel. Dit wordt strak bij elkaar gebonden en daarna omgedraaid en in een raam gelegd, met de letters naar boven.

De drukker brengt met dotten katoen de inkt op het zetsel aan. Daarna gaat het zetsel naar de pers. Intussen heeft de drukker een schoon vel papier op de pers gelegd. Nadat het zetsel onder de pers door gehaald is, worden de bedrukte vellen papier te drogen gehangen. Er worden van een zetsel zoveel exemplaren gedrukt als de drukker denkt nodig te hebben. Daarna wordt het zetsel uit elkaar gehaald en worden de losse loden letters opgeborgen in de letterbak. Dan worden de volgende pagina's gezet en gedrukt.

Binden

Wanneer het boek af is gaat het naar de binder. Hij vouwt de losse vellen en legt ze in de goede volgorde. Het boekblok, wat zo ontstaat, wordt vervolgens ingenaaid. Dit werk wordt meestal door vrouwen gedaan. Dan komt het kaft er om. Het boek is klaar om te worden gelezen!

Persoonlijke instellingen